Echt wel!

  • door Otto Treurniet
  • 14 mrt, 2016

Stel u eens voor: Almere, dik twintig jaar geleden, de kleine is misschien één of twee jaar, en ik zeg helemaal niet dat het een schreeuwbaby is, maar het is wel zonneklaar dat hij prima longetjes heeft en die gebruikt hij ook! Schreeuwen, man. Ongehoord.

Maar wat ik dan bijvoorbeeld deed, was even snel ‘With A Little Help From My Friends’ opzetten zoals Joe Cocker dat zong op Woodstock in 1969. Daarin zit een fragment, ik schat op driekwart van het nummer, waarin Joe echt een ongelooflijke schreeuw geeft. Als wij in een huilbui van zoonlief bij die passage waren aangekomen, dan viel het ventje acuut stil. Om even naar die fantastische uithaal van Joe te luisteren. Uit respect, vermoed ik. Daarna ging hij gewoon zelf weer door, hoor, maar toch. Het is opmerkelijk hoe zo’n ventje, zo jong nog, al zo feilloos die muziekpassage hoort aankomen, terwijl hij notabene zelf ergens mee bezig is. Dat soort dingen vergeet je niet.

Je had ook zo’n nummer van Stan Getz, ‘Gold Rush’. Ik had een dubbel-CD ‘Highligths’ waarop dat heel handig het eerste nummer van één van die schijfjes was. Dat zette ik ook in om de kleine uit een bui te krijgen. Elke keer een groot succes. ‘Gold Rush’ heeft in, zeg maar, het refrein een ritmisch grapje, wat als je daar op beweegt haast automatisch een schokeffectje genereert. Als je dan met de kleine in de armen op deze muziek wat ronddanste, met op de juiste plek dat huppeltje, dan kraaide de kleine van plezier. Iedere keer weer.

We wisten toen nog helemaal niet dat dit aanwijzingen waren van wat komen ging, maar ik stelde wel vast: als zo’n ventje Joe Cocker en Stan Getz meteen al weet te waarderen, dan deugt dat ventje. Nou, dat had ik goed gezien.

Toen hij groter werd, ontdekte hij van alles. Bijvoorbeeld dat als je ergens op slaat, dat er dan herrie ontstaat. En toen ging hij dat de hele tijd doen. Met blokken en bakjes en ja, ook wel eens een enkele keer met een ander kind. Hij wist: dat geeft ook geluid. Hij ging ook op zeker moment ridderpoppetjes tekenen. Met zwaarden en harnassen en speren en kruisbogen. Dat hebben meer kinderen. En meestal stopt dat op zeker moment. Bij hem niet. Wat opnieuw een aanwijzing was, bleek later.

Qua algehele ontwikkeling en schoolcarrière was hij helemaal bijzonder. Men is een hele tijd bezig geweest om voor hem het juiste etiketje te bedenken. Het ging intussen van medisch kinderdagverblijf naar een instelling waar hij zelfs het enige kind was dat kon praten, via iobk uiteindelijk onverwacht toch naar het reguliere vmbo met aansluitend niveau 2 in het mbo en toen was er toch een startkwalificatie en was meneer gediplomeerd dierverzorger. Maar met het etiketje PDDNOS.

Toch wilde hij eerder dan menig superhoogopgeleide op zich zelf wonen en dat doet hij dus, zij het met hulp. Hij is een vriendelijke, jong-volwassene met humor en zonder de ongezonde gewoonten die Joe Cocker en ook Stan Getz zo kenmerkten, en zonder de omgangsvormen die we van de nieuwe hufterigheid kennen. Het is gewoon supergoed uitgepakt allemaal.

Af en toe gebruik hij die longen nog wel eens zoals destijds, maar nu met tekst. En het is, dat had u al verwacht, een drummer. O ja, en dat ridderpoppetje werd hij eigenlijk ook zelf, want hij is lid van een zwaardkunstvereniging. De vereniging verzorgt historisch verantwoorde demonstraties en figureert in vechtscènes voor tv-drama en films. Dus zag men het ventje van weleer al tot in Groot Brittannië en de USA op de televisie. Ik bedoel maar.

Eén nadeeltje is er wel. De voormalige kleine denkt dat zijn vader zowat alles wat hij doet, ham & eggs vindt, op z’n Gronings gezegd (zie Jiskefet: ‘Ham and Eggs’). Maar die is juist SUPERTROTS!

Zo. En dat zet ik dan maar eens op internet, want daar gaat het nooit meer af, zegt men. Nou, terecht.


Share by: